|
| De balhoofdbuislengte van de omafiets | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Inleiding Meten is weten
De omafietsen met een gewone framehoogte hebben vrijwel allemaal (98 %) een balhoofdbuislengte van tussen 230 en 280 mm. Maar afhankelijk van merk en leeftijd zijn er verschillen. Voordat we deze verschillen bespreken wil ik nog even een paar voorbeelden van extreme maten noemen die ik tegenkwam. Extreme
voorbeelden
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
| Fongers als buitenbeentje
Dat de balhoofdbuis bij Nederlandse damesfietsen in het begin van de vorige eeuw langer werd is bij de opgemeten fietsen niet terug te zien, omdat er simpelweg geen exemplaren van rond 1900 ter beschikking waren. Wel is te zien dat alle merken voor de oorlog een uniforme balhoofdbuislengte van tussen 270 en 280 mm hadden. Op een merk na: Fongers. De standaardlengte bij Fongers was decennialang 243 mm, alleen bij de alleroudste gevonden exemplaren was deze zelfs nog iets korter. Een relatief laag balhoofd dus, waardoor Fongers-omafietsen iets van het cachet van de klassieke, typisch Nederlandse omafiets missen. Of het aan het conservatisme van Fongers toe te schrijven is of een andere reden had feit is dat Fongers aan het kortere balhoofd uit de beginjaren onverstoorbaar vasthield. Er zijn nog meer wetenswaardigheden uit deze tabel op te maken. Zo waren bijvoorbeeld Gazelle en Veeno de enige merken die voor de meest gebruikelijke framehoogten van 22" en 23" ook twee verschillende balhoofdbuislengtes hanteerden. Een illustratie uit de Gazelle-folder van 1917 geeft dat al aan.
|
||
|
||
| Het
einde van het klassieke lange balhoofd
Opmerkelijk is verder dat Locomotief en Simplex na de fusie van 1952 nog jarenlang ieder aan zijn eigen balhoofdbuislengte en dus aan zijn eigen framegeometrie bleef vasthouden. Maar het meest opvallend is het feit dat bijna alle fabrikanten als op afspraak rond 1950 van het lange balhoofd afstapten naar meer gematigte lengtes van ca. 240 tot 260 mm. Wat was de reden dat een hoog, aristocratisch balhoofd ineens niet meer van de tijd was? Mogelijk gebeurde het onder invloed van de trend naar kleinere en meer sportieve fietsen die toen op het punt stond om door te breken. Samen met het inkorten van het balhoofd werd in dezelfde tijd ook steeds vaker een sportstuur (zoals we dat tegenwoordig als gewoon stadsfiets-stuur kennen) in plaats van het traditionele, hoog opgebogen Engelse stuur gemonteerd. Deze veranderingen maken dat een vooroorlogse omafiets vaak statiger en klassieker oogt dan de modellen uit de jaren '50. Opvallend is dat Magneet rond 1950 tegen de trend in van 280 mm op 290 mm overging, al duurde dat maar een paar jaar. Union lijkt in 1950 een drastische sprong terug van 280 naar 235 mm gedaan te hebben maar kwam daar nog in hetzelfde jaar van terug: het werd uiteindelijk 260 mm. Gazelle maakte de stap terug een paar jaar later dan de anderen en ook nog in twee etappes. Er zijn maar drie merken die hun omafietsen nooit lager gebouwd hebben dan met een traditioneel balhoofd van 270 mm: Batavus, Burgers en Pon. Deze merken hielden de gehele jaren '50 aan deze maat vast, en Batavus en Pon ook nog in de tijd van de retro-omafietsen (vanaf midden jaren '70). Rond 2000 was Batavus hiermee als enige overgebleven, terwijl de standaardlengte toen bij 230 tot 250 mm lag. Tot slot
|
Copyright by
Herbert Kuner, ฉ 2009 ...
All rights reserved.
Last update: 16-11-2009