home

 
Navigatie

 


vooroorlogs De Woerd-logo

100 jaar kettingkasten van De Woerd

 

100 jaar geleden werd in Barneveld de kettingkastenfabriek De Woerd opgericht. Het scheelde maar een paar jaar of De Woerd had dit jubileum ook nog echt kunnen vieren. Drie generaties stonden achtereenvolgens aan de leiding van het bedrijf van oprichter Willem van der Woerd, dat van de mannetjeseend zijn merk maakte. Maar mannelijk gedomineerd was De Woerd allerminst - op de eerste paar jaar na was altijd een vrouw de baas.

tegeltableau van Joan Collette Tegeltableau als reclame voor De Woerd-kettingkasten naar een ontwerp van Joan Collette, jaren 30 (verzameling familie Looijen-van der Woerd)

     De fabricage van kettingkasten begon in Nederland in de jaren 10 van de twintigste eeuw. Voor die tijd kwamen de kettingkasten uit het buitenland en werden ze van plaatstaal, leer of celluloid gemaakt. Plaatstalen oliebadkettingkasten waren duur en voorbehouden aan de luxe modellen. In de lagere prijsklasse hadden herenfietsen meestal helemaal geen kettingkast en damesfietsen een kettingkast van het kwetsbare celluloid of van leer. In de loop van de jaren 10 werd het celluloid verdrongen door leer en later kwamen hiervoor kettingkasten van geïmpregneerd zeildoek (moleskin) in de plaats. De gesloten kettingkast ontwikkelde zich in Nederland tot een standaardaccessoire voor elke fiets. Samen met de stijgende verkoop van fietsen in het algemeen en ook de importbelemmeringen tijdens de Eerste Wereldoorlog ontstond zo vanaf de jaren 10 een nieuwe markt.

     Voor het maken van een kettingkast van leer of zeildoek moet zowel metaal worden bewerkt om het binnenwerk te fabriceren, als ook de bespanning worden geknipt en genaaid. Deze combinatie van twee soorten bewerkingen is terug te zien in de afkomst van de fabrikanten van kettingkasten. De meeste kwamen uit de lederwarenindustrie, b.v. Sihero (Simon Heymans, Rotterdam, opgericht 1912), Elly (Lederwaren- en Kettingkastenfabriek NV, Eibergen, kettingkasten minimaal sinds 1923), AMZ (A. Muller & Zn., Rotterdam, opgericht 1915) of Hesling (Ulft, opgericht 1936). Ze produceerden vaak ook jasbeschermers, tassen, handwarmers enz. Ook enkele zadelfabrikanten maakten kettingkasten als bijartikel. Kettingkastfabrikant Enitor was daarentegen opgericht door een zoon van de oprichter van de Phoenix-rijwielfabriek en kwam dus uit de metaalindustrie. Roelewiel uit Woudenberg was eveneens een metaalbewerkingsbedrijf en was dan ook meer bekend om zijn metalen kettingschermen en andere pure metaalproducten. Maar in het begin waren kettingkasten ook voor Roelewiel een belangrijk product.

 

briefhoofd Roelewiel

Kettingkasten waren in de begintijd een belangrijk product van de "Standaard"-fabriek
van Roelofsen & Van der Wiel


 

Het begin

De Woerd-advertenties 1919 Boven: advertentie van de Gebr. van der Woerd uit het Algemeen Handelsblad van 9 september 1919. Onder: zes weken later
adverteert Willem onder eigen naam en is de firma met zijn broer
verleden tijd (advertentie van 25 oktober 1919 in De Grondwet).


Willem van der Woerd, in 1896 in Barneveld geboren, kwam uit de leerbewerking. Zijn vader Gijsbert was schoenmaker en opende in 1889 aan de Langstraat 26 in Barneveld een eigen winkel die anno 2019 nog steeds als schoenenwinkel in handen van de familie Van der Woerd is. In de winkel kwamen eind jaren 10 ook weleens klanten die een leren kettingkast gemaakt wilden hebben. Willem en zijn jongere broer Gijsbert (Jr.) pakten dat op en gaandeweg begonnen ze onder de firma Gebr. van der Woerd ook zelf van ingekochte materialen kettingkasten te maken.

     In een oude smederij aan het Eerste Achterdorp in Barneveld vond het jonge bedrijf in 1919 zijn eerste onderkomen. Maar niet lang daarna gingen Willem en zijn broer zakelijk uit elkaar. Op 19 oktober 1919 vond de officiële oprichting van de firma W. van der Woerd plaats maar volgens de overlevering werkte Willem de facto al sinds het voorjaar van 1919 alleen. Er waren wel al een aantal werknemers in dienst, waaronder jonge jongens van twaalf of dertien jaar.

     Toen Willem in augustus 1919 een leidinggevende nodig had vroeg hij de boerenzoon Hendrik Vaarkamp, met wie hij op school had gezeten en samen tijdens de mobilisatie van 1914-1918 zijn dienstplicht had vervuld. Vaarkamp werd uiteindelijk bedrijfsleider en zou zijn leven lang bij De Woerd blijven.

 

personeelsfoto De Woerd
Oprichter Willem van der Woerd (4de van rechts met lange stofjas) met zijn eerste medewerkers.
Naast hem in het midden van de foto Hendrik Vaarkamp (foto: familie Looijen-van der Woerd)

 

Eind 1919 kocht Van der Woerd voor  2.100 een stuk grond van 4.500 m² aan de Stationsweg buiten Barneveld, vlakbij het voormalige station Barneveld-Voorthuizen, omdat hij niet in de gehuurde ruimte in het centrum van Barneveld kon blijven. Daar liet hij een eenvoudig woonhuis bouwen en een goedkoop fabrieksgebouw in de vorm van een houten barak met een beperkt machinepark. Er werd in de begintijd dan ook veel handmatig gedaan. Van der Woerd financierde zijn huis en de fabriek in hoofdzaak met een hypotheeklening van  3.500 /1/. De verhuizing vond in 1920 plaats en op 18 mei 1920 trouwde hij met Johanna Moll.

 

fabrieksfoto's De Woerd 1931
Een kijkje in de fabriek van De Woerd in 1931. Boven: het eerste fabrieksgebouw aan de Stationsweg
bestond uit een houten barak, een standaardtype zoals dat onder andere veel door het leger werd gebruikt.
Onder: In het naaiatelier werkten veel jonge jongens. (De Rijwiel-, Motor- en Autohandel, 2 april 1931)

 


De zaak ontwikkelde zich goed. Om de slappe wintertijd te overbruggen werden in die maanden onder andere handwarmers voor aan het fietsstuur gefabriceerd. Ook werd de productie van jasbeschermers ter hand genomen. Maar toen sloeg het noodlot toe: In 1922 werd Willem van der Woerd ziek en korte tijd daarna overleed hij op 26-jarige leeftijd. Hij liet zijn 29-jarige vrouw Johanna en zijn zoontje Gijsbert (Bert) van anderhalf jaar achter. Dertien dagen na het overlijden van Willem beviel Jo van een dochter die de namen van beide ouders meekreeg: Willemine Johanna van der Woerd.

Empo-onderdelencatalogus 1927
Volgens de Empo-onderdelencatalogus van 1927 hadden de merken De Woerd en AZ toen wat kettingkasten betreft de beste naam.

Johanna van der Woerd-Moll besloot, ondersteund door bedrijfsleider Vaarkamp, de zaak met zijn inmiddels 21 werknemers voort te zetten. Haar dochter Willemine herinnerde zich later: "Mijn moeder nam de zaak over uit een gevoel van verantwoordelijkheid jegens het personeel en haar zoon. Zij zag het ondernemerschap zoals het in de bijbel staat beschreven als een rentmeesterschap. Zij wist hoe haar man hun zoontje als baby op de schouders zette en met hem door de werkplaats wandelde onder de uitroep: 'Hier is de kleine kettingkastenfabrikant'". /2/

     Over de jaren 30 zijn niet veel bijzonderheden bekend. Met zuinigheid en vlijt doorstond De Woerd de crisisjaren relatief goed, al was een verkoopprijs van 34 cent voor een kettingkast in 1934 geen vetpot. Er was voldoende financiële speelruimte dat Johanna van der Woerd-Moll in 1937 naast de fabriek een groot nieuw woonhuis voor zich en haar kinderen kon laten bouwen omdat het eerste huis uit 1920 te slecht werd.

 

luchtfoto De Woerd
Deze luchtfoto van omstreeks 1940 geeft het resultaat van de ontwikkeling van De Woerd in de jaren 30
goed weer (bron: Gemeentearchief Barneveld)

advertentie De Woerd 1940
Al vroeg in de oorlog kregen kettingkastfabrikanten te maken met materiaalgebrek, waarschijnlijk mede
door de grote vraag in verband met de hoge fietsproductie in dat jaar (De Nederlandsche Rijwielhandel,
22"november 1940)

 

Toen kwam de oorlog. Johanna van der Woerd-Moll hielp in die jaren joodse onderduikers aan een adres, nam zelf onderduikers op en ondersteunde actief het verzet. Haar dochter Willemine vertelde in 1973: "In de grote voorraadloods lag nog heel wat karton. Daarvan werd een schuilplaats gebouwd. Deze diende voor onderduikers zoals Engelse piloten en ondergrondse werkers die werden gezocht. Een geheime ingang gaf toegang tot deze schuilplaats. En het is altijd goed gegaan. De fabriek was toen een wijkplaats voor vervolgden en onderdrukten, een actieve cel voor onze bevrijding." /3/ Ook werden in de fabriek speciale fietstassen met geheime vakken gemaakt, die door de koeriersters van het verzet bij hun gevaarlijke werk werden gebruikt. /4/ Na de oorlog ontving Johanna van der Woerd-Moll uit handen van Prins Bernhard een Bronzen Leeuw als onderscheiding voor haar moed in de oorlog.


Johanna Moll en prins Bernhard Johanna Moll ontvangt een Bronzen Leeuw uit handen van prins Bernhard (bron: Gemeentearchief Barneveld)

     In 1950 hertrouwde Johanna Moll met J. van der Linden. Inmiddels was ook haar zoon Bert in het bedrijf werkzaam en werd hij rond die tijd in de directie opgenomen. Ook dochter Willemine werkte toen in het bedrijf op kantoor. Zij trouwde in 1952 met Arnold Looijen, directeur van een veevoederfabriek. Bert van der Woerd was dus sinds zijn geboorte de gedoodverfde nieuwe directeur van De Woerd maar bleek daar uiteindelijk toch niet voor te voelen. "Hij was een natuurmens en wilde emigreren naar Canada, wat hij ook heeft gedaan. Ik wilde wel in de zaak," vertelde zijn zus Willemine in 1996, hoewel ze dat aanvankelijk als een voorlopige oplossing zag. /2/ en /5/.

     Zo werd Willemine Looijen-van der Woerd in 1956 directeur van De Woerd. Bovendien werd het bedrijf per 1 januari 1956 omgezet in een NV. En als derde belangrijke gebeurtenis nam De Woerd in dat jaar een grote concurrent over: de AZ-kettingkastenfabriek van G. den Hertog in Mijdrecht, opgericht in 1915. Willemine Looijen hierover: "Zoals met bijna alle overnames en fusies is dit geen optelsommetje geworden, maar we hadden wél een concurrent minder.".

     Op het hoogtepunt, in de jaren net voor en na de oorlog, telde Nederland zo'n dertien of veertien kettingkastfabrieken. Midden jaren zeventig waren daarvan nog maar drie over: Hesling, Enitor en De Woerd. De kettingkastfabrieken verkochten zeker de helft van hun kettingkasten aan de fietsfabrieken voor eerste montage, de rest ging via de handel naar de vervangingsmarkt. Daarmee waren de fabrikanten van kettingkasten afhankelijk van de fietsproducenten en aan dezelfde prijsdruk onderworpen die in de jaren vijftig tot zeventig tot massaproductie en concentratie leidde.

Verbeteringen aan kettingkasten

We maken een sprong terug naar de jaren 30. Kettingkasten waren in die tijd een weinig onderscheidend product: Een ovale metalen rand - de zogenaamde beugel - werd met klemmen aan het fietsframe bevestigd en met moleskin bespannen. Aan de onderkant zaten aan weerskanten schoenhaken zodat de bespanning met een touwtje dichtgeknoopt kon worden - de bekende veterkettingkast. Juist aan die vetersluiting kleefden een aantal nadelen: het openen en sluiten ging niet snel, het doek bleef door rek in de veter niet op spanning, de spanning was niet altijd mooi gelijkmatig, zeker als er enkele haken uitscheurden, en de haken konden verbuigen (open of juist dicht).

     Pogingen om een beter systeem hiervoor te bedenken waren er in Engeland al vóór 1900 maar werden geen succes. In 1939 kwam AZ uit Mijdrecht als eerste in Nederland met een alternatief voor de vetersluiting. In plaats van schoenhaken was aan het doek aan beide kanten een metalen strip aangebracht die in haakvormige lippen in de kettingkastbeugel gehaakt konden worden. Dat maakte een snelle sluiting mogelijk.

 

advertentie AZ (1940)
AZ begon als eerste de veterkettingkast als achterhaald te bestempelen (De Nederlandsche
Rijwielhandel, 1 november 1940)

 

Tijdens de oorlog ontwikkelde Enitor een ander systeem waarvan de productie pas na de oorlog goed op gang kwam: de kettingkast met spiraalsluiting. Hierbij zat aan de sluitnaad van het doek aan beide kanten een draadspiraal. Deze twee draadspiralen werden bij het sluiten van de kast in elkaar geschoven en in de lengterichting met een doorgestoken draadpen geborgd. Deze kettingkast was een succesvol ontwerp en werd zeker 30 jaar lang op fietsen van moederbedrijf Phoenix en opvolger PFG gemonteerd, maar ook bij andere merken.

 

Enitor-kettingkast met spiraalsluiting
Principe van de spiraalsluiting van Enitor, enigszins vergelijkbaar met een ritssluiting
(Enitor-octrooi nr. 52838, aangevraagd op 1 februari 1940)

 

Pas in 1952 kwam ook De Woerd met een eigen sluitmechanisme voor een kettingkast onder de naam 'Watervlug' op de markt. Bij deze kettingkast zat aan de onderkant van het doek aan elke kant een stalen sluitdraad die aan het voorste uiteinde aan een vast punt bevestigd was en aan de achterkant door het omleggen van een hevel strakgetrokken kon worden, vergelijkbaar met de sluiting van een bierfles in die tijd. Daarbij was de kettingkastbeugel aan de onderkant zo geprofileerd dat er in de lengte een diepe groef in zat waar de twee sluitdraden bij het spannen in vielen. Dit handige systeem was niet door De Woerd bedacht maar was een octrooi van de 33-jarige fietsenmaker en uitvinder Gerrit van Gerven uit Valkenswaard /6/.

 

advertentie De Woerd 1952 De Watervlug-kettingkast van De Woerd (De Nederlandsche Rijwielhandel, 5 september 1952)

Op 25 juli 1959 vroeg Willemine Looijen-van der Woerd octrooi aan op een sluiting voor een kettingkast waarbij aan de sluitnaad om en om open haken zaten. Om de kettingkast dicht te trekken werd een stalen pen zigzagsgewijs om deze haken gelegd. Deze kettingkast die de naam 'Spantoe' kreeg, was makkelijk te openen en te sluiten en bleef altijd goed op spanning. De sluiting is ook anno 2019 nog dé standaardsluiting voor lakdoek-kettingkasten.

 

De Woerd Spantoe-kettingkast Sluiting van de Spantoe-kettingkast in open en gesloten stand (Nederlands octrooi 105428)

De Woerd-advertentie 1954 Advertentie voor het Woerdpootje met een
met een sigaret rokende eend (De Nederlandse Rijwielhandel, 27 augustus 1954)


Groeiperiode

Na de overname van AZ in 1956 werd de AZ-productie van Mijdrecht naar Barneveld overgebracht. Een zoon van AZ-oprichter Den Hertog ging in de achtergebleven fabriek kinderkleding produceren, een andere zoon ging als handelsagent voor De Woerd werken /7/. De Woerd ging voortaan onder de naam De Woerd-AZ Kettingkastenfabriek NV verder en was nu definitief de grootste in Nederland.

     In de jaren 50 kwam er meer beweging in het productaanbod van De Woerd. Naast kettingkasten en jasbeschermers bracht De Woerd het zogenaamde Woerdpootje op de markt, een kickstand die op de achteras gemonteerd werd. Enkele jaren daarna kwam het eerste windscherm voor peuters die in een kinderzitje voorop meegenomen werden. Het scherm van transparant kunststof werd met een spanbeugel op het stuur geklemd. Deze constructie was mogelijk ook gebaseerd op een uitvinding van Van Gerven (octrooi 81023). Terwijl het Woerdpootje geen lang leven gehad schijnt te hebben maakten kinderwindschermen een kleine vijftig jaar lang deel uit van het productiepalet van De Woerd.

 

reclamekarton van De Woerd
In de jaren 50 begon De Woerd in advertenties de eend uit het eigen bedrijfslogo als "levend"
reclamefiguur te gebruiken. Dit reclamekarton (verzameling Fred Vos) stamt uit dezelfde periode.
De slagzin "De Woerd vooraan!" stond toen ook op de verpakkingen van De Woerd.

 

 

 

 

Copyright by Herbert Kuner, © 2019 ...
All rights reserved.

terug

Last update: 25-09-2019