home

 
Navigatie

 


Schwager-balhoofdplaatje


F.F. Schwager's Rijwielen, Utrecht

Begin als rijwielhandel

De wapenmaker Franz Friedrich Schwager, in 1853 in een plaatsje bij Gera (Duitsland) geboren, emigreerde in de 1870er jaren uit Duitsland en werkte in Nederland voor een bedrijf dat zich specialiseerde in machines die bij de kanaalaanleg werden gebruikt. In de jaren tachtig was hij betrokken bij werkzaamheden aan het Hollands Diep en het Merwedekanaal. Na de voltooiing van het Merwedekanaal in 1892 bij Maarssen was er geen werk meer voor hem. Schwager had inmiddels een Nederlandse vrouw en drie kinderen en vestigde zich in Utrecht.

     De rijwielhandel was in die tijd in opkomst, en zo begon ook Schwager in 1894 met een rijwielhandel en reparatiebedrijf aan de Geertestraat nr. 30 in Utrecht.

Sfinx motorrijwiel (1903)

 

Sfinx motorrijwielen

In 1901 kocht Schwager de twee panden aan het Geertekerkhof 12 en 13 en liet op die plek een nieuw pand neerzetten, om er een rijwielfabriek in te vestigen. Later werden ook de panden Geertekerkhof nr. 18/19 met een achteruitgang op de Springweg 149 bij het bedrijf betrokken. Voor de verkoop huurde F.F. Schwager bovendien van 1906 tot ca. 1910 het winkelpand op het Wed nr. 3, maar dat bleek uiteindelijk niet rendabel.

     In 1903 werkten bij "Schwager's Rijwielen" acht man. In die tijd deed Schwager een poging om onder het merk Sfinx ook eigen motorfietsen op de markt te brengen. Het motorblok kwam uit Oostenrijk, de rest maakte Schwager zelf. In een verslag over de tentoonstelling van automobielen in het Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam oordeelde de ANWB Kampioen als volgt:

 

Ten slotte willen we even memoreren dat we verrast en vol bewondering hebben gestaan voor de kranige expositie van onzen Utrechtse Bondsrijwielhersteller F.F. Schwager. Deze eenvoudige werkman, die een lokale beroemdheid is om de degelijkheid van zijn werk, heeft zich zowaar ontpopt als een constructeur van motorrijwielen, die er zijn mag. Op zijn stand staan een zevental SFINX-motorrijwielen van eigen constructie en voorzien van eigen constructioneele verbeteringen, die alle aandacht verdienen. Ze zijn voor het grootste gedeelte gemaakt in zijn fabriekje.

 

Ondanks deze lovende woorden bleek de motorfietsproductie commercieel niet succesvol en werd deze na korte tijd weer opgegeven.

 

Schwager-catalogus 1909

Voorkant van de bijzonder fraai vormgegeven catalogus uit 1909

 

Kwaliteit voorop

Ook op de tentoonstelling voor Kunst, Handel en Nijverheid die 1910 in Utrecht werd gehouden, oogstte Schwager lof van de pers en een gouden medaille. Rond deze tijd bereikte de kwaliteit van de Schwager-rijwielen haar hoogtepunt. Schwager fabriceerde toen de meeste onderdelen zelf en had volgens overlevering 33 man in dienst. Op toegeleverde onderdelen zoals banden en pedaalrubbers liet Schwager zijn naam zetten.

     Als zakenman nam Schwager misschien niet altijd de juiste beslissingen, maar op technisch gebied was hij een vakman en perfectionist. Dat is ook uit twee bewaard gebleven Schwager-catalogussen op te maken, die naar alle waarschijnlijkheid uit 1909 en 1912 dateren.

 

Met name in de catalogus van 1912 worden de voordelen van de Schwager-rijwielen uitvoerig besproken. Zo soldeerde Schwager niet recht afgezaagde buizen in de lugs maar werden de uiteinden van tevoren bewerkt zodat ze beter op elkaar aansloten. Schwager beschrijft dit als volgt:

 

De frames van mijne machines zijn van prima naadlooze, nikkelstalen buizen gemaakt, welke bovendien nog in de verbindingsstukken (lugs) dubbel verdikt zijn en zuiver sluitend op elkander pas geslepen worden. Dit is beslist noodig, als men nagaat, dat naadlooze lugs, hoewel van smeedbaar gietstaal gemaakt, slechts eene geringe dikte hebben en in dien de buizen niet zuiver op elkaar passen, een frame vroeg of laat op de lugs moet afbreken. De meeste rijwielfabrikanten zondigen hiertegen, daar zij de rijwielbuis in lengten van pl.m. 5 meter ontvangen en dan van zoo'n staaf framebuizen zagen, waardoor de buiswand met het afgezaagde eind een hoek van 90 graden vormt. Het spreekt natuurlijk van zelf, dat bij zoo'n fabrikatie de buizen niet dubbel verdikt kunnen zijn.

 

frameverbindingen

 

De kwetsbare voorvork werd door veel fabrikanten boven het kroonstuk versterkt. Maar ook de vorkscheden buigen bij een botsing makkelijk naar achteren. Schwager zette daarom ook op deze plek versterkingsbuizen in.

     Een andere constructie van Schwager waren de binnen door het stuur lopende remstangen, waarop hij omstreeks 1909 in Engeland octrooi aanvroeg. Simplex had toen een vergelijkbaar systeem, en in Engeland waren remsturen volgens dit principe al een aantal jaren langer bekend. Schwager monteerde ze op zijn duurdere modellen en vermeldde in de catalogus van 1912:

 

Een bijzonder genoegen is het mij, U te kunnen mededeelen, dat mijn patent op 'rollende remmen door het stuur', in Engeland opgang gemaakt heeft en verschillende groote firma's het op hunne rijwielen als geheel nieuw aanbrengen, hoewel ik ze direct na mijne patentaanvraag, nu 5 jaren geleden, reeds op mijne machines toepastte.

 

gepatenteerd stuur met remstangen

 

Ook met zijn fietsen met groefkogellagers mocht Schwager zich begin van de jaren tien bij de moderne rijwielfabrieken van Nederland rekenen - hoewel hij zelf niet van de voordelen van deze constructie overtuigd was, zonder overigens een reden hiervoor te noemen:

 

Aan mijne 'vastkogellager-rijwielen' heb ik ook nog verbeteringen kunnen brengen. Hoewel door verschillende fabrikanten wel beweerd wordt, dat dit soort rijwielen veel voor zou hebben op rijwielen voorzien van het bekende kogellager, geloof ik niet veel waarde aan deze beweringen te mogen hechten; niettemin zal ik deze rijwielen toch blijven maken.

 

 

 

Copyright by Herbert Kuner, 2002 ...
All rights reserved.

terug

Last update: 25-07-2002